De Kinders

De Poezelewoefkes

Klaroenen, trompetten en pauken alom, vandaag iets minder geroeptoeter. Frustratie heeft plaatsgemaakt voor altruïsme. U blij maken, dát is wat ga ik doen! Want ik wed dat de biologische verwekkers onder u al lang ergens mee zitten. Al heel lang. En eigenlijk is dat helemaal niet nodig!

Kinders. Onze spruitjes. De roze wolkjes. Onze hoeksteentjes van de maatschappij. Uw allerschoonste bezit. De oogappeltjes. Ok, ze zeuren wel eens, maar ze zijn de moeite waard, toch? En ja, ze zijn nooit content, maar het zijn toch zo’n schattige guitigaards, he. En toegegeven, hoe ouder ze worden, hoe meer de buis van Eustachius dienst weigert tijdens een sessie Ouderlijke Kamervragen. En ze maken altijd en overal rommel. Respect voor uw kookkunsten staat niet in hun woordenboek en in een winkel gedragen ze zich als huilies met een suikertekort die schijnbaar nooit iets te snoepen krijgen. Kleren opruimen is te veel gevraagd en die handdoek in de badkamer raapt zichzelf wel op. Een toilet doortrekken is een loodzware opdracht en schoenen uit de sofa houden voor jeanetten.

Hey, psst…

Geef toe. U zou uw kinderen – net als ik – af en toe eens graag achter het behang plakken, toch? Uw poezelewoekies. Ik weet het. Het mag niet. Het is not done. Nooit en plein public toegeven dat u de kientjes wel eens beu bent. Toch, doe eens gek. Het valt wel eens voor dat u hen naar Mars en omstreken verwenst, toch? De koetchiewoetchiekes.

Wel, van mij mag het. Want weet u? Dat is volkomen normaal.

Standard