Ponderingetjes

Feminextremisme

Ik ben niet zo voor de hedendaagse feministen. There, I said it.
De stroming die ooit ontstond om de ongelijke ‘machtsverhoudingen’ tussen man en vrouw aan te kaarten – of vrouw en man, excuseer – schiet vandaag de dag wat mij betreft haar doel volledig voorbij.
U zal mij niet horen zeggen dat vrouwlief na een dag noest huishoudelijk labeur met de kinders aan de haard hoort, om haar kostwinnende echtgenoot op te wachten met Kasteelbier. Zou dom zijn, want ik heb geen haard. Ik zal nooit verkondigen dat stemrecht voor vrouwen de grootste vergissing is sinds de schepping der aarde. Hoger onderwijs voor de dames? Had nooit anders mogen zijn! Blijkbaar incasseert u mét piemel meer loon dan iemand zonder voor een vergelijkbare functie, dat wordt terecht aangekaart en moet gelijkgetrokken worden. Strak plan, zeg ik.

Maar ondertussen is er al zóveel bereikt, dat er nog weinig schokkends te egaliseren valt. We hebben de nieuwe man. Eentje die ondertussen het zeemvel heus wel weet liggen als hij wat moisturizer in de lavabo heeft gemorst. Chauffeuses zijn chauffeurs geworden, kunstenaressen kunstenaars. Directrices en redactrices: ze bestaan niet meer.
Waar vrouwen in de minderheid zijn, wordt geschreeuwd om fifty-fifty quota. Of het nu om topfuncties in bedrijven gaat of verkiezingslijsten – posities die toch bekleed zouden moeten worden door mensen op basis van bepaalde vaardigheden – het gevaar dat een minder bekwame kandidaat uitverkoren wordt, weegt niet op tegen het evenwicht van de balans der seksen. Of die nu naar links of naar rechts doorslaat. Wat is er mis met de juiste m/v op de juiste plaats? Een man of vrouw dreigt de dag van vandaag dus verkozen te worden op basis van geslacht. Was dat nu net niet waar feministen van gaan steigeren? Overigens hoor ik weinig over quota voor vrouwen die aan de vuilniskar aan de bak moeten. Vind ik niet erg, maar wel frappant. Als rechten plichten worden, gelden andere regels?

Het triest dieptepunt is toch wel dat politieke instanties zich inlaten met debatten over welke achternaam uw kind zou moeten kunnen krijgen. Blijkbaar wordt het bekomen van vaders familienaam beschouwd als een ‘mannelijk privilege’ waar grondig komaf mee dient gemaakt te worden. En dringend ook, want ik kan me voorstellen dat er andere dossiers liggen te wachten op een urgenter debat.

Kortom, we slaan door. Het neigt naar extremisme. Nog even en er worden subsidies uitgetrokken voor onderzoek naar medicijnen tegen afstotingsverschijnselen na baarmoederimplantatie bij de man.

Kom op, strijdvaardige dames. Uw werk zit er op. En u heeft dat uitstekend gedaan. Ga nu op uw lauweren rusten. Ik breng u Kasteelbier.

Standard
Frustraties, Ik ben belachelijk

Observeermeneer

Ik hou niet zo van autorijden. Noem mij gerust een mietje, maar leg een stuur in mijn handen en mijn zweetklieren gaan plots harder werken dan een Noord-Koreaanse strafkamparbeider na een negatief evaluatiegesprek. Mijn hart gaat dubstep componeren, mijn handen spreken gebarentaal in Algemeen Beschaafd Parkinson en mijn zelfbeheersing gaat dan verstoppertje spelen.
Voor de niet zo goede verstaander: ondergetekende is een panische chauffeur. Ziet u, wat mij betreft, schuilt achter elke beweging van een automobilist, fietser of aan het verkeer deelnemende fruitvlieg een potentiële kernramp.
Vandaar dat ik veel vaker op de passagiersstoel te vinden ben dan aan het stuurwiel – erg handig, zo kan ik sneller bij de reserveonderbroek in het handschoenenkastje. Want wanneer de wagen na een bruusk manoeuvre van mijn chauffeur een remspoor achterlaat, blijk ik erg solidair.

De passagiersstoel dus. Dat is de troon van waarop ik heers. Als ‘Observeermeneer’, denk ik dan bij mezelf. Niemand die zichzelf een beetje serieus neemt, zegt zoiets luidop. En je ziet wat, als Observeermeneer.

Het begint ‘s ochtends bij het invoegen op de asfaltstrook die tegenwoordig onterecht de term ‘snelweg’ toebedicht krijgt. File. Niet getreurd, de Observeermeneer in u krijgt zo de gelegenheid om het gedrag van uw collega-slakken te observeren.
Terwijl u op zoek gaat naar een gaatje om in te voegen in de tergend langzame sliert, houdt iedereen op het baanvak links van u zich vreemd genoeg synchroon ledig met dezelfde bezigheid: het stuur krampachtig vastgrijpen en in opperste concentratie strak voor zich uitkijken. Hoewel ik het niet proefondervindelijk kan bevestigen, durf ik er geld op te verwedden dat u probleemloos uw uiteengesperde kontkaken tegen het portierraampje kan schurken zonder dat iemand Carglass belt. U bestaat gewoon niet. U mag er niet tussen.
Wanneer u uiteindelijk dan toch een plekje in de file heeft kunnen bemachtigen – in veel gevallen dankzij het type weggebruiker dat altijd verguisd wordt, zijnde de vrachtwagenchauffeur – kan de Observeermeneer in u op zijn gemakje genieten van wat er zich zoal voor, achter en naast u afspeelt.
Links van u zit een medeweggebruiker vol ijver in zijn neus te peuteren, ongetwijfeld op zoek naar ontbijt. U ervoer gelegenheden waarbij de oogst vlotjes de mond inging, maar dit keer merkt meneer net vóór het neuskeutelconsumeren de gefronste wenkbrauwen van de Observeermeneer. Het resulteert in zijn plotse drang om iets te gaan zoeken onder het dashboard.
De bestuurder rechts van u, lijkt zijn smartphone aan te wenden om een intieme kennismaking af te dwingen tussen zijn linker- en uw rechterbuitenspiegel.
De persoon voor u verstrekt u gaarne, gratis en voor niets, de informatie dat Kenji en Shauna aan boord zijn. Nadere inspectie leert dat dat een flagrante leugen is. En u maar extra voorzichtig zijn. Voor Kenji en Shauna.
Achter u staat een dame die de al zo trage voortgang een extra dimensie geeft, door een enorm gat te laten tussen haar en uw wagen. Haar achteruitkijkspiegel blijkt het meest doeltreffende middel om oogschaduw aan te brengen. Om die mensen een lesje te leren, een kleintje, want de mens beschikt over twee ogen, pleit de Observeermeneer dan ook voor extra hoge verkeersdrempels op autosnelwegen.

Eenmaal aangekomen in de stadskern, valt u het blije weerzien met de zwakzinnige weggebruiker te beurt. Zebrapaden blijken suggesties, rode voetgangerslichten zijn maar om te lachen. Mijn hart is steevast de tel kwijt, wanneer ik zo’n kleintje op een veel te grote fiets over het fietspad zie zwalken, een decimeter naast de dodelijke drukte. Als het goed is, fietst er dan een ouder achter.
Wat gaat er in diens brein om, vraagt de Observeermeneer zich dan af. ‘Onze Joerie is nét iets te groot voor de vondelingenschuif, misschien is dit een oplossing.’ Zou het zoiets zijn? Of: ‘Hij heeft een geel fluohesje en een vlagje op zijn bagagedrager. Wat kan hem nou gebeuren?’

Maar weet u waar de Observeermeneer zich allicht het meest aan ergert? Aan die mannen, nou ja – laat ons eerlijk zijn, sukkels eigenlijk – die overal commentaar op hebben en alles beter weten. Maar toch hun vrouw doen chaufferen.

Standard
Ik ben belachelijk

Electronicaretailklantendienstmedewerkers

Stel. U verdient het zout op uw patatten als – hou u vast, ik verzin dit niet – ‘electronicaretailklantendienstmedewerker’. Stel. U heeft een klant wiens E-reader DOA geleverd werd. Stel. Net die klant heeft tijd te veel, is irritant langdradig en heeft niks anders te doen dan onnozele mails te sturen. Stel. U ontvangt van deze klant onderstaande lap tekst in uw mailbox.

Continue reading

Standard