Liefste Dagboek

Dat is buren voor.

Het was laat. Eigenlijk veel te laat om cheese cake te staan bakken, maar ondergetekende negeerde de klok die al na tienen ‘s avonds aangaf en ging dapper aan de slag. Koekjes werden met wat amandelschijfjes gemalen voor de bodem, even met gesmolten boter aangebakken in de oven en ik haalde de roomkaas en zure room uit de ijskast, speurend naar het benodigde ei. Geen ei. Mijn ijskast bleek eiloos. Zo eiloos als de gemiddelde dakpan.

‘Zou ik durven aanbellen bij de buren?’ raadpleegde ik mijn eega.
‘Het is wel al laat, niet?’ gooide ze – etiquettair onderlegd als ze is – in de weegschaal.
‘Mja, maar alles is zo goed als klaar, het zou zonde zijn om weg te gooien, niet?’
‘Het ruikt wel al lekker…’
En dan wint de geur van comfort food het van de etiquette.

Vol schroom ging ik door de voordeur, om regel één van elk Nederlands recept in de praktijk te brengen. ‘Leen een ei.’

De TV van de linkerburen stond luid genoeg om Romazigeuners mee te verjagen. Mijn vinger ging aarzelend naar de deurbel, maar ik bedacht me toen een mannenstem binnen plots begon te schreeuwen.
‘Godverdomme, stomme kut!’
Buurman leek op dat moment een heel klein beetje in onvrede te leven met buurvrouw. Wellicht vandaar het idioot aantal TV-decibels. Ik bedacht me dat deze agressieve meneer, in volle echtelijke ruzie met zijn stomme kut, na tienen om een ei verzoeken vast niet gedekt wordt door mijn verzekering, dus leek het mij een strak plan om elders mijn geluk te gaan beproeven.
Ook bij buur twee brandde nog licht en werd luchtig gediscussieerd over wat de beeldbuis te gapen aanbood. Ik bande de bedelstaf uit mijn gedachten en belde aan. De stemmen verstomden. De TV ging uit.

Ik heb twee minuten gewacht. Een tweede keer bellen had duidelijk geen zin – daar zou ik ook geen ei buitmaken. Buur drie bleek niet thuis, of sliep al. Dus zat er niks anders op om als een mislukte Colombus eiloos weer huiswaarts te keren.
‘En?’
‘Niks,’ negeerde ik het leedvermaak van de vrouw.
‘Al bij de overburen geprobeerd?’
‘Nee? Wie woont daar misschien?’
‘Joviale mensen. Zwaaien toch enthousiast wanneer ik buiten kom.’

Een laatste poging kon geen kwaad. Ik belde aan en meteen deed een Turk open, gekleed in een mouwloos onderhemd. Aan zijn been, hing wat verlegen nageslacht.
‘Sorry meneer, dat ik nog zo laat kom aanbellen, maar ik woon daar aan de overkant. Ik ben taart aan het maken en heb geen eieren meer. Ziet u, alle ingrediënten zijn klaar, ik hoef enkel nog een ei, vandaar dat ik mijn stoute schoenen heb aangetrokken om u op dit uur nog om een ei te verzoeken.’
De man kijkt wat onzeker.
‘Wablieft?’
Wellicht was mijn zenuwachtige uitleg iets te ingewikkeld voor de man die pas een paar maanden in België vertoeft. Korte versie dan maar.
‘Kan ik een ei lenen, alsjeblieft?’
‘Oh, ei? Tuurlijk!’
Hij glimlacht, keert me even de rug toe en roept wat in het Turks naar binnen. Luttele seconden later staat zijn vrouw op de drempel, die me drie eieren toestopt.
‘Dank u wel, mevrouw. Maar eentje is genoeg!’
‘Neem mee, neem mee!’ zegt ze.
‘Ik breng jullie morgen nieuwe. Beloofd.’
‘Neenee, mag niet! Niet terugbrengen! Dat is buren voor.’
‘Dank u wel. Nogmaals, sorry voor het zo laat nog aanbellen.’
‘Geen probleem!’
Ik geef het kind een aai over zijn bol en steek de straat weer over. Mét eieren!

Als zij ooit iets nodig hebben, ben ik de eerste die klaarstaat. Want dat is buren voor. Toch?

Standard
Liefste Dagboek

Da’k het niet moet weten!

Liefste Dagboek,

Vandaag ga ik even naar Sydney om een beetje te werken. Omdat ik de weg niet goed weet vanuit Antwerpen, vroeg ik een routebeschrijving aan Google Maps, maar die weet blijkbaar ook niet van welk hout pijlen maken.
Wat me wél opviel – ik weet niet of ú dat al wist – is dat Sydney nogal ver ligt. Maar dus écht ver. Serieus. De auto, laat staan de fiets, blijkt geen optie te wezen, dus rest een vliegreis, iets wat ik eigenlijk altijd te allen prijze poog te vermijden.
Ziet u, ik hou helemaal niet van vliegen. ‘Maar vliegen is de veiligste manier van reizen!‘ hoor ik u roepen. Jaja, ik moet het niet weten. En ik zal u vertellen waarom.

Ten eerste blijkt mijn lichaam over een trigger te beschikken die afgaat wanneer ik me in een voertuig bevind dat de snelheid van twaalf kilometer per uur overschrijdt en die resulteert in de certitude dat ik een nieuwe onderbroek van doen heb. Het behoeft dan geen verdere verklaring dat een aluminium buisje dat zich op tien kilometer hoogte tegen duizend kilometer per uur voortbeweegt, niet mijn meest favoriete feesttent is.
Bovenstaande indachtig, heb ik een hekel aan turbulentie. ‘Ja, maar dat is heus niet zo erg! Statistieken wijzen uit dat…’ IK MOET HET NIET WETEN! ALUMINIUM, DUIZEND PER UUR, TIEN KILOMETER HOOG!

Overigens is veel van de luchtvaartterminologie nogal ongelukkig gekozen en draagt die veelal bij tot het script van het rampenscenario dat zich in mijn hoofd afspeelt.
Wanneer u bijvoorbeeld daarboven in foetushouding tegen uw vliegangst vecht, en men u tracht te troosten met de woorden ‘Rustig maar, meneer… We zijn bezig met de final approach en uw familie wacht vast in de terminal‘, is de kans groot dat mijn inmiddels uitgeputte sluitspier de schouders ophaalt en er dan maar finaal de brui aan geeft.

Komt daar nog bij, liefste Dagboek, dat de vlucht wordt verzorgd door Etihad. E-ti-had.
Geen idee of ú woorden kent die eindigen op ‘-ihad’ en golven van blijdschap veroorzaken in uw buikje, mij schiet er zo niet meteen eentje te binnen.
Ik besef dat de op vooroordelen gebaseerde connotatie die ik leg, broekschijter die ik daar ben, volledig op mijn conto moet worden geschreven. Maar ik heb ervaring met Etihad. Prima toestellen en dito service aan boord. Maar Etihad doet toch haar stinkende best om u de stuipen op het lijf te jagen.
Waar het perfect begrijpelijk is dat een passagier met vliegangst heelder Ave Maria’s richting Schepper prevelt, schieten mijn wenkbrauwen toch door het bagagecompartiment, wanneer ervaren piloten nét voor het opstijgen een gebed in het Arabisch over de intercom zingen, om het lot van het vliegtuig, bemanning en passagiers in de handen van Allah te leggen. Dan ga ik toch hopen dat die mensen weten waarmee ze bezig zijn. En ook héél stiekem dat Allah een vliegbrevet heeft.

Liefs,

Coltrui

Standard