Frustraties

Nee, ik heb geen hongOMNOMNOM

Tijd voor een tip. Eén mijner levenslessen, gratisch ende voor niks, zomaar te grabbel voor u op dit weblog, waarbij ik mij nu even in het bijzonder richt tot de jonge, groene Casanova’s onder u. Want ervaren ratten die het leven delen met een vrouw, hadden reeds sinds dat eerste afspraakje donders goed in de gaten dat er bepaalde activiteiten zijn die u nooit met de Lieflijkste Schepseltjes van het Andere Geslacht mag delen. Ik denk dan bijvoorbeeld – even uit de losse pols, want niet veel tijd – aan leuke bezigheden als ‘het om het snelst het alfabet achterstevoren boeren’, kleiduifschieten of haar afranselen met een roestige trapladder. Vinden ze niet leuk. Kost u charmepunten.

Maar dé meest faliekante move die u als Groentje kan maken, heren, is samen tafelen.
Tafelen, Coltrui? Ja, tafelen.
Serieus? Táfelen? Ja, hallo, dat staat er toch?
Stel u geen vragen, doe wat ik u sommeer en neem deze tips ter harte.

Op restaurant? Bescherm uw bord met gekromde arm en schrok het zo snel mogelijk leeg. Tot schervens toe als het moet – niks van aantrekken. Want van zodra de ober uw gerecht heeft gepresenteerd, vraagt ze geheid of u het hoofdingrediënt wel lust, dan wel volledig gaat opeten. Kunst is dan om vliegensvlug het antwoord ‘Ja, hoor’ uit uw volle mond gehijgd te krijgen, daar elke aarzeling – hoe kortstondig ook – resulteert in een bord dat vakkundig wordt leeggeroofd door een stel gelakte nagels.

Eten bestellen? Dat gaat meestal zo:

– Hey, ik ga pizza bestellen. Wil jij wat?
– Nee, geen zin in.

Laat me dat even vakkundig voor u vertalen:

– Ik verga zodanig van de honger dat ik een grote pizza met alles op en aan moet bestellen. Ik hoop dat ik daarmee voldaan zal zijn. Wil jij ook iets?
– Nee, ik eet de jouwe wel op.

Onthoud dit.

Zelf een late night snack fixen? Dito. De vraag of ze ook een klein hongertje lijdt en uw goed bedoelde aanbod om de portie frituurtroep te verdubbelen, doen haar kokhalzen.
‘Hoe kan je nú nog iets binnenkrijgen!’
Hoofdschudden, theatraal ongeloof en ogen die het wereldrecord rollen met zes meter kapotverpulveren, zullen uw deel zijn. Tot de bitterballen op tafel komen. Elke hap die u neemt, wordt nauwlettend in de gaten gehouden. En elke keer u uw handen moet schoonvegen, gebruikt u uw shirt, daar u de servettes galant heeft moeten afstaan voor haar gekwijl.

Waarom? Geen idee. Is het een soort Elfjesbescheidenheid die grandioos door het ijs boven de beerput zakt? Hebben de dames zichzelf in de loop der tijd het idee ingeprent te kunnen overleven op een halve ontpitte kerstomaat en een snipper sla die tussen de tanden blijft zitten, waardoor uw steak dan maar als tandenstoker moet fungeren?

Geen idee. Mijn advies:

  • Uithalen of laten leveren? Of ze nu honger heeft of niet: bestel altijd het driedubbele van wat uw eigen maag kan bolwerken.
  • Op restaurant: ga voorover hangen boven uw bord, dat u tevens met een gekromde arm beschermt tegen vijandige aanvallen van de Overkant. Laat uw vork links liggen en gebruik uw veel afschrikkender mes om uw voedsel prikkend tot u te nemen.
  • Kookt u zelf? Vraag nooit of ze honger heeft. Kook alsof u catert voor de hele bevolking van Ethiopië die alle Biafranen heeft uitgenodigd.
  • Last but not least: beken nooit dat bovenstaande u herkenbaar in de oren klinkt.

 
Brengt mijn advies geen zoden aan de dijk? Schaf u een roestige trapladder aan.

Smakelijk.

Standard
Frustraties

Broeder Jacob

Beste Marc,

Er moet mij iets van het hart.
Deze lichting Duivels is wellicht kwalitatief gezien de beste waarover een Belgische bondscoach ooit mocht beschikken. Toch – en ik zal erg beleefd proberen blijven – slaagt u er niet in om deze goudhaantjes aan het voetballen te krijgen. Of u wil niet. Dat zal wellicht dichter bij de waarheid komen. Maar de keiharde resultaten geven u alsnog gelijk. Toch een opmerking. Of een paar.

Tegen de Russen was een gelijkspel eerlijker geweest. Tegen Algerije hebben we ge(kampf)zwijnd. En na de wedstrijd tegen Zuid-Korea zouden we – de punten uit eerder genoemde wedstrijden toch maar in acht genomen – Duitsland mogen trotseren, ware het niet dat we Held Courtois onder de lat hebben staan. Kortom: negen punten uit drie wedstrijden.
‘We kunnen toch niet anders dan tevreden zijn’, zegt u, maar eigenlijk dekken termen als ‘nipt’ en ‘hakken over de sloot’ de Duivelse lading minstens even volledig als ‘uw negen op negen, dus goed’-verhaal. Dat meen ik toch te mogen zeggen, beschikkend over dit spelersmateriaal, tegen nota bene ploegen als Algerije en Zuid-Korea, notoire voetbaldwergen uit Plopsaland.

Ik weet niet hoe het er daar nu aan toegaat, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. Lukaku, de arme drommel, is een slachtoffer geworden van uw gekozen tactiek. Ik zou niet op dit moment niet graag de getergde controller van Playstation zijn.
Voorts bevordert de opstelling van de wedstrijd tegen Zuid-Korea – maar liefst zeven wijzigingen, het leek wel alsof u uw opstelling bepaalde door Panini stickers uit een bokaal te trekken – niet echt het zelfvertrouwen, laat staan de automatismen bij wat ondertussen al lang een gesmeerd team zou moeten zijn. Wie kent zijn plaats?

U kan gewag blijven maken van een goede groepssfeer, we zullen niet spieken onder de mantel der liefde over de reactie van Lukaku op zijn wissel – maar een nationaal team coachen, vergt een meerwaarde die de identiteit van de groepsknuffelpapabeer ver overstijgt. Goed voetbal én resultaat. Dat verwacht niet alleen de man thuis met het blik Jupiler op de schoot, maar ook de mensen die hun verlof en een hoop poen investeren in een reis naar Brazilië in de hoop op succes. En een beetje return on investment voor deze mensen, die door allerlei promotiecampagnes werden aangemoedigd om de Duivels keihard te steunen. Moet toch kunnen met deze groep? Lees de kranten er maar eens op na. De hele wereld at wat minder en liet plaats in de maag om te smullen van de Duivels, maar we laten iedereen op de honger zitten.

Ik las in de media dat u de woorden ‘We kunnen nu bevrijd spelen’ in de mond heeft durven nemen. Wel, beste Marc, bestuurder van mijn hartkleppen, ik hoop het oprecht. Ga eens voetballen.
Want weet u? U heeft een Stradivarius in handen. We hebben u daarop nu driemaal Broeder Jacob horen spelen. Hoog tijd voor een partij die het instrument waardig is.

Met vriendelijke groet,

Coltrui

Standard
Frustraties, Ik ben belachelijk

Observeermeneer

Ik hou niet zo van autorijden. Noem mij gerust een mietje, maar leg een stuur in mijn handen en mijn zweetklieren gaan plots harder werken dan een Noord-Koreaanse strafkamparbeider na een negatief evaluatiegesprek. Mijn hart gaat dubstep componeren, mijn handen spreken gebarentaal in Algemeen Beschaafd Parkinson en mijn zelfbeheersing gaat dan verstoppertje spelen.
Voor de niet zo goede verstaander: ondergetekende is een panische chauffeur. Ziet u, wat mij betreft, schuilt achter elke beweging van een automobilist, fietser of aan het verkeer deelnemende fruitvlieg een potentiële kernramp.
Vandaar dat ik veel vaker op de passagiersstoel te vinden ben dan aan het stuurwiel – erg handig, zo kan ik sneller bij de reserveonderbroek in het handschoenenkastje. Want wanneer de wagen na een bruusk manoeuvre van mijn chauffeur een remspoor achterlaat, blijk ik erg solidair.

De passagiersstoel dus. Dat is de troon van waarop ik heers. Als ‘Observeermeneer’, denk ik dan bij mezelf. Niemand die zichzelf een beetje serieus neemt, zegt zoiets luidop. En je ziet wat, als Observeermeneer.

Het begint ‘s ochtends bij het invoegen op de asfaltstrook die tegenwoordig onterecht de term ‘snelweg’ toebedicht krijgt. File. Niet getreurd, de Observeermeneer in u krijgt zo de gelegenheid om het gedrag van uw collega-slakken te observeren.
Terwijl u op zoek gaat naar een gaatje om in te voegen in de tergend langzame sliert, houdt iedereen op het baanvak links van u zich vreemd genoeg synchroon ledig met dezelfde bezigheid: het stuur krampachtig vastgrijpen en in opperste concentratie strak voor zich uitkijken. Hoewel ik het niet proefondervindelijk kan bevestigen, durf ik er geld op te verwedden dat u probleemloos uw uiteengesperde kontkaken tegen het portierraampje kan schurken zonder dat iemand Carglass belt. U bestaat gewoon niet. U mag er niet tussen.
Wanneer u uiteindelijk dan toch een plekje in de file heeft kunnen bemachtigen – in veel gevallen dankzij het type weggebruiker dat altijd verguisd wordt, zijnde de vrachtwagenchauffeur – kan de Observeermeneer in u op zijn gemakje genieten van wat er zich zoal voor, achter en naast u afspeelt.
Links van u zit een medeweggebruiker vol ijver in zijn neus te peuteren, ongetwijfeld op zoek naar ontbijt. U ervoer gelegenheden waarbij de oogst vlotjes de mond inging, maar dit keer merkt meneer net vóór het neuskeutelconsumeren de gefronste wenkbrauwen van de Observeermeneer. Het resulteert in zijn plotse drang om iets te gaan zoeken onder het dashboard.
De bestuurder rechts van u, lijkt zijn smartphone aan te wenden om een intieme kennismaking af te dwingen tussen zijn linker- en uw rechterbuitenspiegel.
De persoon voor u verstrekt u gaarne, gratis en voor niets, de informatie dat Kenji en Shauna aan boord zijn. Nadere inspectie leert dat dat een flagrante leugen is. En u maar extra voorzichtig zijn. Voor Kenji en Shauna.
Achter u staat een dame die de al zo trage voortgang een extra dimensie geeft, door een enorm gat te laten tussen haar en uw wagen. Haar achteruitkijkspiegel blijkt het meest doeltreffende middel om oogschaduw aan te brengen. Om die mensen een lesje te leren, een kleintje, want de mens beschikt over twee ogen, pleit de Observeermeneer dan ook voor extra hoge verkeersdrempels op autosnelwegen.

Eenmaal aangekomen in de stadskern, valt u het blije weerzien met de zwakzinnige weggebruiker te beurt. Zebrapaden blijken suggesties, rode voetgangerslichten zijn maar om te lachen. Mijn hart is steevast de tel kwijt, wanneer ik zo’n kleintje op een veel te grote fiets over het fietspad zie zwalken, een decimeter naast de dodelijke drukte. Als het goed is, fietst er dan een ouder achter.
Wat gaat er in diens brein om, vraagt de Observeermeneer zich dan af. ‘Onze Joerie is nét iets te groot voor de vondelingenschuif, misschien is dit een oplossing.’ Zou het zoiets zijn? Of: ‘Hij heeft een geel fluohesje en een vlagje op zijn bagagedrager. Wat kan hem nou gebeuren?’

Maar weet u waar de Observeermeneer zich allicht het meest aan ergert? Aan die mannen, nou ja – laat ons eerlijk zijn, sukkels eigenlijk – die overal commentaar op hebben en alles beter weten. Maar toch hun vrouw doen chaufferen.

Standard
Frustraties

Beste buurman

Beste buurman,

Tot u schrijft uw buurman, die uitzonderlijk even alle wellevendheid opzijschuift en toegeeft aan de zonde die nieuwsgierigheid heet.
U moet weten dat uw gezin en haar gewoontes de laatste tijd het meest frequente gespreksonderwerp vormen in de wijk en teneinde te vermijden dat de luchtige gesprekjes in de wachtrij aan de buurtwinkelkassa uitmonden in hardnekkige roddels, vraag ik u een tipje van de sluier te lichten.

De wijkbewoners zijn namelijk verdeeld in twee kampen, waarbij elk kamp een eigen theorie aanhangt die uw gedrag van de laatste weken zou moeten verklaren.
Kamp A beweert bij hoog en laag dat u zich een nieuwe hobby heeft aangemeten: speciale kunstmest produceren.
Volgens de aanhangers van dit kamp, beschikt u namelijk over een scheikundige formule om een meststof te vervaardigen die de eigenschap heeft om alles in uw tuin op één nacht tijd plots drie meter te doen groeien. Het zou de verklaring zijn voor het feit dat u elke dag uw gras maait en de haag scheert. Naar het antwoord op de vraag waarom dit vóór acht uur ‘s ochtends moet gebeuren, wordt door kamp A nog naarstig gezocht.

Kamp B daarentegen, vermoedt dat u een rol aangeboden heeft gekregen in een WO II-film, waarbij u de rol vertolken zal van niemand minder dan Adolf Hitler. Deze theorie wordt vooral gevoed door verklaringen van uw directe linker- en rechterburen. Ze beweren immers u elke dag te horen oefenen, waarbij uw vrouw en dochter fungeren als antagonisten. Uw dochter zou daarbij trouwens een dubbelrol op zich nemen: bij de scènes die zich buiten afspelen, zou ze de rol van ‘Shana’tje’ vertolken, terwijl ze intra muros ‘Shanagodverdomme’ gestalte geeft. Uw vrouws karakter zou ‘Kutwijf’ heten en blijkt weinig tekst te moeten voorbereiden.

Welke theorie ook de juiste is, beide kampen zijn het er broederlijk over eens dat het iets betreft dat reden geeft tot uitbundig vieren. Bijna elke avond wordt er in de netjes gemaaide tuin gefeest met muziek en gasten die hun hand niet omdraaien voor een decibel meer of minder. U praat honderduit en met gepaste trots over Shanaatje en uw vrouw, terwijl Kutwijf en Shanagodverdomme waarschijnlijk geen oog dichtdoen. Net als wij, maar laat dat de pret niet bederven.

Verlos ons uit ons lijden en laat me even per kerende weten welk kamp het bij het rechte eind heeft. Er is bedrijvig gegokt geweest en de winsten moeten toch ooit uitgekeerd worden.

Met vriendelijke groet,

Een buurman.

PS: Vervelige kloot!

Standard