Frustraties, Ik ben belachelijk

Observeermeneer

Ik hou niet zo van autorijden. Noem mij gerust een mietje, maar leg een stuur in mijn handen en mijn zweetklieren gaan plots harder werken dan een Noord-Koreaanse strafkamparbeider na een negatief evaluatiegesprek. Mijn hart gaat dubstep componeren, mijn handen spreken gebarentaal in Algemeen Beschaafd Parkinson en mijn zelfbeheersing gaat dan verstoppertje spelen.
Voor de niet zo goede verstaander: ondergetekende is een panische chauffeur. Ziet u, wat mij betreft, schuilt achter elke beweging van een automobilist, fietser of aan het verkeer deelnemende fruitvlieg een potentiële kernramp.
Vandaar dat ik veel vaker op de passagiersstoel te vinden ben dan aan het stuurwiel – erg handig, zo kan ik sneller bij de reserveonderbroek in het handschoenenkastje. Want wanneer de wagen na een bruusk manoeuvre van mijn chauffeur een remspoor achterlaat, blijk ik erg solidair.

De passagiersstoel dus. Dat is de troon van waarop ik heers. Als ‘Observeermeneer’, denk ik dan bij mezelf. Niemand die zichzelf een beetje serieus neemt, zegt zoiets luidop. En je ziet wat, als Observeermeneer.

Het begint ‘s ochtends bij het invoegen op de asfaltstrook die tegenwoordig onterecht de term ‘snelweg’ toebedicht krijgt. File. Niet getreurd, de Observeermeneer in u krijgt zo de gelegenheid om het gedrag van uw collega-slakken te observeren.
Terwijl u op zoek gaat naar een gaatje om in te voegen in de tergend langzame sliert, houdt iedereen op het baanvak links van u zich vreemd genoeg synchroon ledig met dezelfde bezigheid: het stuur krampachtig vastgrijpen en in opperste concentratie strak voor zich uitkijken. Hoewel ik het niet proefondervindelijk kan bevestigen, durf ik er geld op te verwedden dat u probleemloos uw uiteengesperde kontkaken tegen het portierraampje kan schurken zonder dat iemand Carglass belt. U bestaat gewoon niet. U mag er niet tussen.
Wanneer u uiteindelijk dan toch een plekje in de file heeft kunnen bemachtigen – in veel gevallen dankzij het type weggebruiker dat altijd verguisd wordt, zijnde de vrachtwagenchauffeur – kan de Observeermeneer in u op zijn gemakje genieten van wat er zich zoal voor, achter en naast u afspeelt.
Links van u zit een medeweggebruiker vol ijver in zijn neus te peuteren, ongetwijfeld op zoek naar ontbijt. U ervoer gelegenheden waarbij de oogst vlotjes de mond inging, maar dit keer merkt meneer net vóór het neuskeutelconsumeren de gefronste wenkbrauwen van de Observeermeneer. Het resulteert in zijn plotse drang om iets te gaan zoeken onder het dashboard.
De bestuurder rechts van u, lijkt zijn smartphone aan te wenden om een intieme kennismaking af te dwingen tussen zijn linker- en uw rechterbuitenspiegel.
De persoon voor u verstrekt u gaarne, gratis en voor niets, de informatie dat Kenji en Shauna aan boord zijn. Nadere inspectie leert dat dat een flagrante leugen is. En u maar extra voorzichtig zijn. Voor Kenji en Shauna.
Achter u staat een dame die de al zo trage voortgang een extra dimensie geeft, door een enorm gat te laten tussen haar en uw wagen. Haar achteruitkijkspiegel blijkt het meest doeltreffende middel om oogschaduw aan te brengen. Om die mensen een lesje te leren, een kleintje, want de mens beschikt over twee ogen, pleit de Observeermeneer dan ook voor extra hoge verkeersdrempels op autosnelwegen.

Eenmaal aangekomen in de stadskern, valt u het blije weerzien met de zwakzinnige weggebruiker te beurt. Zebrapaden blijken suggesties, rode voetgangerslichten zijn maar om te lachen. Mijn hart is steevast de tel kwijt, wanneer ik zo’n kleintje op een veel te grote fiets over het fietspad zie zwalken, een decimeter naast de dodelijke drukte. Als het goed is, fietst er dan een ouder achter.
Wat gaat er in diens brein om, vraagt de Observeermeneer zich dan af. ‘Onze Joerie is nét iets te groot voor de vondelingenschuif, misschien is dit een oplossing.’ Zou het zoiets zijn? Of: ‘Hij heeft een geel fluohesje en een vlagje op zijn bagagedrager. Wat kan hem nou gebeuren?’

Maar weet u waar de Observeermeneer zich allicht het meest aan ergert? Aan die mannen, nou ja – laat ons eerlijk zijn, sukkels eigenlijk – die overal commentaar op hebben en alles beter weten. Maar toch hun vrouw doen chaufferen.

Standard
Ik ben belachelijk

Electronicaretailklantendienstmedewerkers

Stel. U verdient het zout op uw patatten als – hou u vast, ik verzin dit niet – ‘electronicaretailklantendienstmedewerker’. Stel. U heeft een klant wiens E-reader DOA geleverd werd. Stel. Net die klant heeft tijd te veel, is irritant langdradig en heeft niks anders te doen dan onnozele mails te sturen. Stel. U ontvangt van deze klant onderstaande lap tekst in uw mailbox.

Continue reading

Standard
Ik ben belachelijk, Nicotinevrij

Loze Beloftes

Ik weet niet wat het is, maar zet mij met mijn knikker in de zon en schuif vervolgens een paar glazen alcoholhoudend vocht voor mijn snufferd, en ik transformeer een weinig later gegarandeerd in een scheve kwartel vol belachelijk goede voornemens. Uit die voornemens vloeien dan meestal onnozele beloftes en wie me die hoort maken, roloogt zich een schedelbreuk, want iedereen weet ondertussen dat ik die tóch nooit ga houden. Bijna iedereen. Ik vergeet dat blijkbaar steeds.

Zo was zondag de zon van de partij, woei een verkoelend briesje over het terras en zat ik nippend aan mijn derde glas rosé van dertien procent, toen onze chihuahua van mijn goedgeluimdheid profiteerde om zich op mijn schoot te nestelen. Een zelden verleende gunst, want van mij mag dat beest doorgaans niets, behalve ophoepelen. Maar goed, zon, wijn, ik kreeg plots medeleven. Zo ongeveer dertien procent meer dan anders.

‘Hmm, misschien zou ik wat vriendelijker kunnen zijn voor de chihuahua? Eigenlijk ben ik wel te streng voor het arme beestje… Wat denken jullie daarvan?’ richtte ik me tot de terrasgenoten.
‘Ja, vast…’ klonk het in koor. Het feit dat de chihuahua nog geen half uur later het luchtruim doorkliefde, begeleid door mijn luid gevloek en achternagevlogen door zijn clandestiene keukendrol, verbaasde dan ook geen hond. Of het moet de onze geweest zijn.

De zon ging naarmate de middag vorderde steeds beter haar best doen, en alras braken we een nieuwe fles Loze Beloftes aan.

‘Eigenlijk is roken toch belachelijk, he?’ dacht ik, terwijl ik kringetjes uitblies. ‘Je koopt voor vijf euro papieren buisjes met gedroogde planten, steekt ze in de hens en vervolgens tussen je lippen om de rook in je longen te krijgen. Hoe kon ik al die jaren zo dóm geweest zijn? Wel, morgen stop ik! Ik zie het allemaal zo helder nu! Als je logisch nadenkt, klopt het plaatje helemaal! ‘

Maar klopt het plaatje nu twee dagen later echt? Vandaag zijn we begonnen aan de derde nicotinevrije dag en met oprechte fierheid  deel ik u mede: het plaatje klopt voor geen ene fuck. Ik wil dood. En anderen moeten ook dood. De actieradius van mijn moordzucht breidt zienderogen uit, mijn lontje wordt korter en de chihuahua krijgt veel vaker vliegles dan vroeger. Dat ik een sigaret wil, miljaardedju!

En laat mij gerust.

Standard