De Kinders

De Poezelewoefkes

Klaroenen, trompetten en pauken alom, vandaag iets minder geroeptoeter. Frustratie heeft plaatsgemaakt voor altruïsme. U blij maken, dát is wat ga ik doen! Want ik wed dat de biologische verwekkers onder u al lang ergens mee zitten. Al heel lang. En eigenlijk is dat helemaal niet nodig!

Kinders. Onze spruitjes. De roze wolkjes. Onze hoeksteentjes van de maatschappij. Uw allerschoonste bezit. De oogappeltjes. Ok, ze zeuren wel eens, maar ze zijn de moeite waard, toch? En ja, ze zijn nooit content, maar het zijn toch zo’n schattige guitigaards, he. En toegegeven, hoe ouder ze worden, hoe meer de buis van Eustachius dienst weigert tijdens een sessie Ouderlijke Kamervragen. En ze maken altijd en overal rommel. Respect voor uw kookkunsten staat niet in hun woordenboek en in een winkel gedragen ze zich als huilies met een suikertekort die schijnbaar nooit iets te snoepen krijgen. Kleren opruimen is te veel gevraagd en die handdoek in de badkamer raapt zichzelf wel op. Een toilet doortrekken is een loodzware opdracht en schoenen uit de sofa houden voor jeanetten.

Hey, psst…

Geef toe. U zou uw kinderen – net als ik – af en toe eens graag achter het behang plakken, toch? Uw poezelewoekies. Ik weet het. Het mag niet. Het is not done. Nooit en plein public toegeven dat u de kientjes wel eens beu bent. Toch, doe eens gek. Het valt wel eens voor dat u hen naar Mars en omstreken verwenst, toch? De koetchiewoetchiekes.

Wel, van mij mag het. Want weet u? Dat is volkomen normaal.

Standard
De Kinders

Red de Ingebeelde Snoekbaars

Wie vrolijk en dus naar alle waarschijnlijkheid kroostloos door het leven huppelt, zal niet stilstaan bij het feit dat het huidige schooljaar alweer op zijn laatste benen loopt. De grote vakantie – twee zaligmakende maanden, ouders beter bekend als ‘de Grote Papa-ik-verveel-mij-Periode’ – nadert met rasse schreden en zal er naar goede Belgische gewoonte sneller zijn dan u ‘O kijk, de zon schijnt!’ kan zeggen.

De Grote Papa-ik-verveel-mij-Periode is geen pretje voor de arbeidende mens met nageslacht, aangezien deze vaak garant staat voor opvangproblemen. Ziet u, bezijden huisvrouwen, werklozen, onderwijzend personeel en elke andere soort Moedwillige Tamzak die ik hier vergeet, is er niemand die de kroost overdag kan entertainen gedurende deze acht weken. Want zo is het: kinderen moeten blijkbaar geëntertaind worden tegenwoordig.
En voor wie nu denkt dat ik – nu ik het woord ‘tegenwoordig’ heb laten vallen – me zometeen volledig zal laten gaan als een Vroeger-Was-Alles-Beter Ouwe Lul, wees gerust: dat heeft u volkómen goed geraden.

In mijn tijd had ik een voetbal. En een vriend met benen waartegen ik kon schoppen. Er was die buurman met zijn rabarbertuintje en een handvol appelbomen, waarvan hij de oogst tevergeefs verdedigde tegen gauwdieven zoals ik. Met een paar potloden en een stuk papier maakte ik een tekening die niemand zich herinnert, of schreef ik stiekem een verhaal dat niemand ooit mocht lezen. Met een dikke tak en een snelbinder ving ik ingebeelde snoekbaarzen uit een regenplas.

O ja, de dag van vandaag wordt de werkende ouder een oplossing aangereikt in de vorm van allerhande kampen, waar uw kind zich een week lang kan verdiepen in een nieuwe hobby. ‘Beestjes verzorgen op een kinderboerderij’, ‘Initiatiecursus Kleuterdans’ of ‘Stoppen met roken zonder konijntjes te willen vermoorden’, een hele week entertainment voor uw spruit en dit slechts voor de prijs van een half maandloon en uw lever.

Ouwe Lul of niet, ik vind dit jammer. Inventiviteit wordt schaars. Fantasie wordt een vaardigheid van een ambacht van toen. En de ingebeelde snoekbaars, die wordt met uitsterven bedreigd.

Standard